Begin augustus besloot ik, na 25 jaar trouw scheren en tot grote hilariteit van mijn dochters, mijn okselhaar te laten staan. Als experiment. Mijn kinderen vroegen de eerste weken om een visuele updates en lagen vervolgens consequent in een deuk. Misschien ben je geen millennial en vind je okselhaar de normaalste zaak van de wereld. Zowel de boomer generatie (mijn ouders) als de Gen Z’ers (de generatie onder mij) hebben een hele andere kijk op vrouwen met okselhaar. Maar Gen X (de generatie direct boven mij, waar gelijk ook iedere man die ik ooit heb gedate uitkomt) en Gen Y (de “millennials”, waar ik onder val) vinden okselhaar vies, mannelijk, lelijk, onaantrekkelijk en absoluut NIET SEXY. En toch liet ik het staan. Het werd een beetje een project, zoals alles in mijn leven. En natuurlijk schrijf ik er dan ook een column over. Het verloop, de bevindingen en conclusies van Poject Okselhaar (en andere beklemmende schoonheidsidealen).
Is het haar vader, haar vriend, moeten we iemand bellen?
“Ik denk dat ze ergens in mij schuilt” biecht ik op aan A. Een vriendin aan wie ik vrijwel alles kan opbiechten, omdat het in een bodem van liefde, begrip en herkenning valt. Ik heb het over een meisje dat ik zag op de camping. Ze was van ondefinieerbare leeftijd, maar als ik zou moeten schatten: Ergens In De Twintig. En ze had gemillimeterd haar. Een soort monniken kapsel. Ze was met een meneer (“Is het haar vader? Is het haar vriend? Moeten we iemand bellen?” zei ik grappend tegen A) en een klein jongetje (respectievelijk haar (stief)zoon of broertje) – beiden met idem haar. Ik was gefascineerd door dit gezin – wat de samenstelling ook was – vanwege het uiterlijk van de jonge vrouw, maar ook door hoe ze met elkaar omgingen en zich bewogen over de camping. Alles ging heel stil, rustig, liefdevol, zacht. Je hoorde niemand ooit zijn stem verheffen, ze spraken niet veel met anderen, ze lagen regelmatig verstrengeld ergens uitgestald of wandelden langzaam hand in hand rond en ook het jongetje leek zich heerlijk in stilte te vermaken. Dit alles versterkte mijn associatie met monniken, waardoor ik een soort half heilige aura op het gezin plakte.
Er schuilt in mij een vrouw met gemillimeterd haar
“Ergens in mij schuilt een vrouw die haar haren op een dag millimetert, haar okselhaar, vulvahaar en beenhaar laat staan en dan met een soort vachtje van gelijkmatig verdeeld lichaamshaar door het leven verder gaat. Ik ben haar nu niet. Ik weet ook niet of ik haar ooit zal zijn. Ik voel alleen dat ze een mogelijkheid is. Eén van de mogelijkheden”. A. lacht liefdevol naar me, na deze bekentenis, en vraagt iets intelligents, als “wat zou het betekenen als je die vrouw bent?”. Ik denk dat ik die vrouw, met dat monnikenhaar en overall vachtje, zie als “bevrijd”. Bevrijd van alle beklemmende schoonheidsidealen van Hoe Een Vrouw Eruit Hoort Te Zien.

Nooit meer, tenzij medisch noodzakelijk
Het onderzoeken en afwerpen van schoonheidsidealen is – zoals de meeste vrouwen wel weten – een tergend lang en niet-lineair proces. Maar ik ben bijna 40 en heb twee jonge dochters (generatie Alpha) dus ik zie als het een van mijn taken als vrouw, moeder en mens om dat proces serieus te nemen. Het uithalen van mijn hair extensions een aantal jaren geleden was een grote stap hierin. Ik besloot daarna nooit meer iets ingrijpends aan mijn uiterlijk te veranderen, tenzij medisch noodzakelijk. Ruim 2,5 jaar geleden ben ik gestopt met makeup dragen, na jarenlang niet de deur uit te durven zonder een dikke laag makeup. Geen makeup dragen voelde relatief vrij snel bevrijdend, natuurlijk en fijn. Sterker nog, toen ik vorige Kerst weer eens make-up opdeed, poetste ik het er na 10 minuten gelijk weer af: bah, wat voelde dat beklemmend, plakkerig, vies, vervelend. En bovendien zag ik er niet meer uit als mezelf! Ik voelde me net een clown. [Geen makeup meer dragen bespaarde ook veel tijd: ik ben dagelijks yoga gaan doen, in plaats van mezelf opmaken] Grappig hoe iets dat jarenlang als een bescherming voelt, ineens kan voelen als beperking. Hetzelfde geldt voor BH’s – die verschrikkelijke ondingen draag ik ook al jaren niet meer, alleen hooguit een zacht, niet klemmend topje als ik boulder of yoga doe. En hoewel ik zo nu en dan een uitglijder maak, in de wirwar van sixpacks, ronde billen en andere absurde schoonheidsidealen, vond ik mezelf aardig goed op weg.

False sense of okselhaar-security
Maar Project Okselhaar bleek iets meer voeten in de aarde te hebben. Toen ik in Italië aan het kamperen was, had ik nergens last van. Ik zat in week 2 of 3 van het okselhaarproject: ik had een mooi, bescheiden vachtje opgebouwd en er geen probleem mee om in bikini, topje of mouwloos shirt rond te banjeren. Op de camping, in de natuur, hikend: ik ben dan altijd zoveel meer verbonden met de natuur om me heen, mezelf en het simpele leven. Ik kreeg daardoor een false sense of okselhaar-security. Want zodra ik thuis was en weer de boulderhal in dook, greep ik naar t-shirts die mijn oksels bedekten. Als ik dacht aan klimmen in een hal in een andere stad, had ik er geen probleem mee om mijn nieuwe oksels te tonen. Maar in mijn eigen vertrouwde halletjes, met allemaal mensen die mij kenden als Persoon met Geschoren Oksels, durfde ik niet. “Wie kent je gat in een vreemde stad” zei mijn vader altijd, als we vanuit Curaçao in Nederland op vakantie waren en mijn zus en ik als (pre)pubers dingen schaamtevol vonden. Ik realiseerde me dat ik onder de bescherming van die uitspraak had rond geparadeerd in Italië. Maar dat ik nog verre van een Persoon met Okselhaar was.
De okselhaar regels
Ik was een beetje teleurgesteld in mezelf. Ik stond mijn onderbenen en bikinilijn te scheren onder de douche en vroeg me af of ik dezelfde scheervisie op mijn oksels moest loslaten als op de rest van mijn lijf: niet alles weg, maar de hele boel wel in een goed onderhouden model. Als een soort Japans tuintje dat volgens duidelijke regels wordt bijgehouden. Ik wil niemand beledigen door mijn scheerkunsten te vergelijken met niwaki, maar ik heb een zwarte safety razor, dus de associatie met een keurig aangeharkte zen-tuin is snel maakt. Enfin, een gecureerd okselbosje. Maar hoe zou ik dat dan moeten aanpakken? Wat en hoeveel zou ik wegscheren? Wat zijn de regels? Zijn die er? Moet ik dat aan AI vragen? “Hoe kan ik mijn okselhaar het beste scheren zodat het niet lijkt alsof er een pak shag uit 1966 tegen me aan is gewaaid, maar wel behaard genoeg is dat het past bij een feministische vrouw in 2026?” Ik werd al moe bij de gedachte. En zou ik dan niet mijn hele doel voorbij schieten? Want dan ben ik nog steeds bezig met wat “mooi of aantrekkelijk” is of “wat hoort” in plaats van het losbreken uit beklemmende schoonheidsidealen. En ik zou er nog steeds veel tijd aan kwijt zijn. Dan zou het eenvoudiger zijn om alles gewoon weer af te scheren…

Statement of vrij?
Waar ben je nou mee bezig, Kaar? (Vroeg ik mezelf streng) Wil je alleen maar een statement maken? (“Kijk, ik ben een vrouw met okselhaar”) Of wil je daadwerkelijk losbreken? Ik keek een beetje beteuterd naar mezelf in de spiegel na dit strenge toespreken. Ik wilde zo graag die vrijheid voelen. Maar ik realiseerde me dat ik daar (nog) niet was. Ik hervond mijn liefdevolle stem: waar ik “mee bezig” ben, is een experiment. Dus alles mag er zijn. Ook dat ik het nog even niet weet.
Ruimte voor okselhaar
Zo ontstond er ruimte om dat experiment verder vorm te geven. Op een middag waarop ik lekker in mijn vel zat, ging ik in mijn eentje boulderen, in een van mijn vaste hallen, zonder bedekte oksels. Het voelde onwennig en ongemakkelijk en ik was me erg bewust van de pluizige haartjes die zichtbaar waren terwijl ik met uitgestrekte armen aan de muur hing. Al gauw merkte ik echter dat ik evenveel aanspraak had als normaal. Andere mensen maakten contact, bleven hangen voor een praatje of project, niet om hoe ik eruit zie, maar omdat ik vriendelijk ben, geïnteresseerde vragen stel, luister naar de antwoorden, grapjes maak en goed kan klimmen. Al zou iemand eerst in stilte hebben gedacht “OO OKSELHAAR BIJ EEN VROUW” (of in kleine letters, afhankelijk van de persoon in kwestie), dan was die observatie niet sterker dan de orde van de dag: het boulderproject voor ons. Twee dagen later besloot ik met een goede vriend te klimmen in mijn nieuwe hairy state of being. Ik twijfelde of ik iets zou zeggen, maar besloot het niet te doen. Hij zei er ook niks over en we hadden een net zo leuke, gezellige, productieve sessie als altijd. Hetzelfde gold voor de bouldersessie de dag erna, met een goede vriendin, op mijn vaste dag & tijd met veel bekenden. Again, no one cared.
Kortom, de aan- of afwezigheid van mijn okselhaar betekent precies niks voor mijn sociale interacties en dagelijkse activiteiten. Wat een verassing hè… Je zou bijna denken dat – in een wereld die gebukt gaat onder klimaatcrisis, oorlog, vluchtelingen, discriminatie, femicide, kindermisbruik, LGBTQ+ haat, milieuvervuiling, dierenmoord, politieke gevangenen, uitsterving van soorten en criminele organisaties die zich voordoen als bedrijven en overheden – het niet uitmaakt dat vrouwen hun okselhaar laten staan…
Project Okselhaar: de conclusies
Daar was dus de bevrijding, ruim een maand later. Ik besloot verder niks te googlen over trends, tips en andere toestanden. Ik besloot wel dat ik de haartjes onder mijn oksels af en toe een beetje wilde inkorten, gewoon om de boel in toom te houden. Eens in de zoveel maanden knip ik de puntjes van de haren op mijn hoofd. Dus het voelt voor nu goed om dat ook zo nu en dan met deze nieuwe haartjes te doen.

De man
Nu vraag je je misschien alleen nog af wat mijn meneer van mijn nieuwe beharing vindt. Ik heb lang nagedacht of ik dat hierin op zou nemen, omdat ik in theorie vind dat het geen sikkepit zou moeten uitmaken wat hij aantrekkelijk vindt voor de beslissingen die ik neem over mijn lichaam. Maar in de praktijk ligt dat natuurlijk wel wat genuanceerder. Allereerst vind ik dat partners wel degelijk inspraak hebben, als het gaat om dingen die te maken hebben met de gezondheid van de ander (zoals roken, alcohol drinken, ongezond eten, gevaarlijk of niet sporten en ander risico gedrag), omdat je later anders opgescheept zit met de zorg voor iemand die willens en wetens ongezonde keuzes heeft gemaakt of veel te vroeg alleen achter blijft. Sommige veranderingen in het uiterlijk raken daar zeker aan (denk aan cosmetische ingrepen en aankomen/afvallen). Maar okselhaar niet. Okselhaar is categorie “dat beslis ik zelf”.
En hoewel ik natuurlijk wil dat hij me behalve lief, intelligent, interessant, wijs, stoer, inspirerend en razend grappig, óók mooi en aantrekkelijk vindt (no pressure), deden de hilarische video’s van actrice en schrijver Jennifer Evenhuis me besluiten De Man uit deze column te schrappen. De fantastische video’s van Evenhuis beginnen steeds met de vraag “mag jouw man…” en dan bijvoorbeeld: “een weekendje weg met vrienden”, “bier drinken”, “werken”, “een vrouwelijke trainer hebben”. Ik deed dus even een Evenhuisje op mijn situatie. “Mag jouw man okselhaar hebben?”

De foto’s in deze column zijn genomen door vriendin F., die het ook geen armpit kan schelen of ik okselhaar heb of niet.
