Drollen op mijn hoofd en warme lijfjes in mijn armen

Zondagochtend, half 8. Ik hoor mijn jongste dochter heel stilletjes mijn slaapkamer en vervolgens mijn bed in kruipen. Ze wacht muisstil tot ze mij ziet bewegen voor ze zich lepeltjelepeltje in het holletje van mijn omhullende armen en lichaam nestelt. “Oh mama, ik hou van je” zegt ze met een zucht. “Ik hou van jou, lieve koek” zeg ik zachtjes, terwijl ik haar warme lijfje tegen me aanvoel en het moment inadem. “Maar echt, mama, zo ontzettend veel. Ik hou meer van je dan alle sterren in het heelal”. Ik glimlach in het donker en fluister: “En ik van jou – nog meer dan alle zandkorrels op de aarde”. Ze draait zich om, zodat onze neuzen tegen elkaar aandrukken: “Zou je nog van me houden als ik over je heen zou kotsen?” Ik doorbreek ons gefluister met een schaterlach: “Sterker nog, zowel jij als je zus hebben vroeger meerdere keren over me heen gespuugd en geplast, dus ik weet 100% zeker dat ik dan nog van je zal houden”. Ze slaat haar kleine handjes om mijn wangen en zegt heel serieus: “En als ik op je hoofd zou poepen?”

Ik kom niet meer bij. Dit is zondagochtend met mijn jongste dochter (7) in een notendop: eindeloze liefde, bevestiging en een dikke dosis humor. Behalve dat haar vraag dus bloedserieus is. Ik herstel mezelf en beantwoord daarom met mijn handen om haar gezichtje: “Ja, ook als je op mijn hoofd zou poepen.” Mijn oudste dochter is inmiddels ook uit haar bed gekropen en komt op het geluid van mijn gelach af. Ze kruipt tegen mijn rug aan en sluit haar armen om mijn middel. “Wat is er zo grappig?”  vraagt ze. “Ik draai mijn hoofd naar haar toe, druk een kus op haar voorhoofd en vertel wat haar kleine zus vroeg. Mijn oudste dochter (10) gniffelt en geeft ons een prepuberale “o my goodness”. Ik kan de rollende ogen zelfs in het donker voelen.

Ik zou je goud betalen

“Maar de vraag is nu natuurlijk” zeg ik quasi serieus tegen mijn jongste grut, “zou jij nog van mij houden als ik op jouw hoofd zou poepen?” Daar hoeft ze geen seconde over na te denken: “ja natuurlijk!” roept ze licht verontwaardigd. Ik draai me naar haar grote zus en vraag: “En jij?” Ze lacht en roept: “Natuurlijk zou ik van je houden als je op haar hoofd poept. Ik zou je goud betalen om op haar hoofd te poepen!”

Ik kom niet meer bij.

Mensen vragen mij regelmatig “of het bij ons thuis echt zo fijn is als het lijkt op Instagram”. Nu weet je het antwoord: ja. Het is écht zo fijn. Maar je moet wel van een goede dosis poep – kots- en plashumor houden.

Ik sla mijn armen om allebei mijn dochters en ze nestelen zich nog wat dichter in de warmte van mijn moederlijf. Ik sluit mijn ogen en drink het moment op. De verzadiging die dat brengt is er een van intense dankbaarheid en liefde. Deze meiden. Dit moederschap. Dit moment.

Moederschap en individuatie

Toen de kinderen heel klein waren kon ik intens genieten van de intieme verbondenheid van de borstvoeding, het samen slapen en het dragen van de kinderen in de draagdoek. Jarenlang waren we één. Nu ze ouder zijn, geniet ik juist ook met toenemende mate van onze individuatieprocessen: we worden alle drie, naast onze verbondenheid, ook steeds meer onszelf. Het is ontzettend bijzonder om mijn dochters te zien groeien in hun eigenheid: steeds meer zichzelf te zien worden, met én los van mij. Maar ook om mezelf steeds verder te ontplooien als individu met én naast het moederschap.

Tussen peuter en puber

Doordat ik vrienden met kinderen in verschillende leeftijdsfasen heb, weet ik dat deze fase van het moederschap – waarin de kinderen steeds zelfstandiger worden, maar mij nog wel heel lief vinden, dingen met me willen doen en me voor de dagelijkse zorg nodig hebben – van korte duur is. De puberteit, met afwijzing, afzetten en afwezigheid, ligt op de loer. Ik koester daarom deze leeftijd – de basisschool leeftijd – enorm. Ze zijn oud genoeg dat ik in mijn eentje kan douchen zonder bang te zijn dat er iemand ondertussen doodgaat (dat moment komt, lieve ouders van hele jonge kinderen! Hou vol!). Ze zijn jong genoeg dat ze nog geen/nauwelijks huiswerk hebben. Ze zijn oud genoeg om leuke gesprekken met ze te voeren. En jong genoeg dat ze nog met me door het bos & museum willen banjeren en samen willen knutselen & kletsen op woensdagmiddag. En ze hebben precies de juiste leeftijd – tussen peuter en puber in – als het gaat om dingen als lichaamsgeur, openstaan voor redelijkheid en lachen om mijn mom jokes (hoewel dat laatste al debatable is volgens mijn oudste).

Dus ik koester, koester deze tijd. De drollen op ons hoofd, de warme lijfjes tegen me aan, de kleine handjes om mijn gezicht. Dit… is waar het allemaal om draait. En ik denk dat het, met genoeg van dit soort momenten in onze herinneringen en lijfjes opgeslagen, met die puberteit ook wel goed komt.

De groene mama

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.